De vrouwen in de bijbel

Wanneer de christelijke vastentijd begint, wordt het stiller. We leggen dingen neer, maken ruimte, en keren terug naar de kern van het geloof. Vasten nodigt uit om opnieuw te luisteren: naar God, naar de Schrift en naar verhalen die ons herinneren aan wie wij zijn en wie wij mogen worden. Vanuit die houding schrijf ik dit artikel.

Wie de Bijbel werkelijk leest, ontdekt iets dat vaak wordt gemist. Geen enkel ander boek uit de oudheid toont vrouwen zo actief, zo verantwoordelijk en zo aanwezig in de maatschappij als de Bijbel. In een wereld die zich uitstrekte van ongeveer 1500 v.Chr. tot de eerste eeuw na Christus — een wereld waarin vrouwen juridisch, economisch en sociaal beperkt waren — krijgen zij in de Bijbel ruimte, stem en invloed.

Deze vrouwen waren niet alleen aanwezig in huiselijke kring, maar ook in het publieke leven. Ze werkten, onderhandelden, beheerden bezit, namen beslissingen en droegen verantwoordelijkheid voor anderen. Hun kracht was niet theoretisch, maar zichtbaar in het dagelijkse leven.

Debora leefde rond 1200 v.Chr. en was een vrouw met publieke autoriteit. Mensen kwamen naar haar toe voor rechtspraak. Ze stond letterlijk midden in de samenleving. Haar leiderschap laat zien dat vrouwen niet alleen morele steunpilaren waren, maar ook bestuurlijke en maatschappelijke verantwoordelijkheid droegen.

Rond 1100 v.Chr. zien we Ruth, een buitenlandse weduwe die zelf haar bestaan veiligstelde. Ze werkte op het land, kende de wetten rond oogst en eigendom en handelde daarbinnen met wijsheid. Ruth was geen passieve vrouw die wachtte tot iemand haar redde; zij werkte, dacht vooruit en zorgde voor haar huishouden. Haar ondernemend karakter werd door God gezegend en opgenomen in Zijn heilsplan.

Nog uitgesprokener zien we dit bij Abigaïl, rond 1000 v.Chr. Zij beheerde een groot huishouden met aanzienlijke middelen. Ze beschikte zelfstandig over voedsel, goederen en personeel en nam beslissingen onder hoge druk. Haar economische en morele inzicht voorkwam geweld en reddede levens. Abigaïl toont hoe zakelijk inzicht en geestelijke wijsheid hand in hand kunnen gaan.

Eeuwen later, rond 480 v.Chr., stond Esther in het hart van een wereldrijk. Zij begreep hoe macht, bezit en invloed werkten. Haar handelen had directe gevolgen voor het voortbestaan van haar volk, hun eigendommen en hun toekomst. Esther laat zien dat vrouwen ook binnen politieke en economische systemen doorslaggevend konden zijn.

Aan het begin van onze jaartelling leefde Maria, in een kwetsbare economische positie. Haar verhaal herinnert ons eraan hoe afhankelijk vrouwen vaak waren — en hoe revolutionair Gods keuze was om juist haar te gebruiken. Haar leven onderstreept waarom de Bijbel economische en maatschappelijke kracht bij vrouwen niet negeert, maar serieus neemt.

In de eerste eeuw na Christus verschijnt Priscilla. Zij was tentmaker — een ambacht én handelsberoep — en combineerde ondernemerschap met theologisch leiderschap. Haar huis werd een ontmoetingsplek voor gelovigen; haar werk droeg bij aan de verspreiding van het evangelie. Priscilla laat zien dat geloof en economische zelfstandigheid geen tegenpolen zijn.

Naast haar staat Lydia, rond 50 n.Chr., een vrouw die handelde in purper, een kostbaar luxeproduct. Zij was hoofd van haar huishouden en gebruikte haar middelen om de jonge kerk te ondersteunen. Zonder haar ondernemerschap had het christendom in Europa er anders uitgezien.

Wanneer we al deze vrouwen samen zien, ontstaat een patroon dat niet te negeren is. De Bijbel kent vrouwen als werkend, denkend, dragend en bouwend. Ze zijn aanwezig op akkers, in huizen, aan handelsroutes, in rechtbanken en in machtscentra. Hun geloof staat niet los van hun dagelijks bestaan, maar is er diep mee verweven.

En precies dát beeld wordt samengevat in Spreuken 31.

De vrouw die daar wordt beschreven is geen geïdealiseerd huiselijk figuur, maar een krachtige, ondernemende vrouw. Ze koopt land, plant wijngaarden, handelt met winst, onderhandelt, zorgt voor haar huishouden én voor de armen. Haar kracht zit niet alleen in zachtheid, maar in inzicht, arbeidsethos en wijsheid. Ze is actief in de maatschappij en gerespecteerd in de poorten van de stad.

Spreuken 31 is geen onbereikbaar ideaal, maar een herkenning van wat vrouwen al lang deden — toen en nu. Het is een ode aan vrouwelijke kracht die werkt, bouwt en draagt.

Tijdens deze vastentijd mogen deze verhalen ons opnieuw vormen. Moge het vasten ons helpen loslaten wat vrouwen klein maakt — in ons denken, in onze structuren en in ons hart. Moge het ons standvastig maken in gerechtigheid, trouw in verantwoordelijkheid en vrijmoedig in geloof.

Dat deze veertig dagen niet slechts een tijd van onthouding zijn, maar van verdieping.

En dat wij, vrouwen en mannen, leren leven met dezelfde wijsheid, moed en toewijding die de Bijbel al eeuwenlang eert.

Moge haar waarde ver uitstijgen boven die van edelstenen.

Leave a comment